Fruit voor dummies

Ben je in het bezit van een moestuin en wil je naast verse groenten en kruiden ook fruit oogsten? Loop dan niet meteen te hard van stapel en informeer je vooraf goed wat je met het fruit wilt aanvangen. Heb je een grote tuin, of is hij eerder klein? Gek op besjes of ga je meteen voor appels, peren en andere pitvruchten? De mogelijkheden zijn eindeloos, je moet er alleen even bij gaan zitten en de voor-en nadelen opsommen.

Hoe begin je?
Maak een lijst van welke fruitsoorten je het liefst eet en dus wilt planten. Bepaal daarna meteen over welke bodemsoort je beschikt. Blauwe bessen zijn heerlijk, maar als je een kalkrijke bodem hebt dan kun je het wel vergeten. Zuurhoudende bodems zijn dan weer erg geschikt om dergelijke bessen op te houden. Voor de resterende fruitsoorten geldt voornamelijk een voedzame, goed gedraineerde bodem. Zandleem en klei zijn ideaal. Probeer ook rekening te houden met het aantal uren zonlicht per dag, op de plek waar je het fruit wilt planten. Heel wat fruit groeit het liefst op een zonnige plek, met minimaal 6 uur zonlicht per dag. Geef ze dus het zonnigste plekje in de tuin, maar zorg er meteen ook voor dat ze andere gewassen niet hinderen. Hoogstammige fruitbomen zijn leuk, maar kunnen ook zonlicht wegnemen van je andere planten. Zet ze aan de rand van je tuin, creeër een fruithaard of kies voor laagstammige fruitbomen of besjes in kleine tuinen. Die laatste worden kleinfruit genoemd. Ze groeien aan struiken die in een beperkte mate groeien en afgezien van wat snoeien weinig teelteisen stellen. Kleinfruit kun je trouwens in elke kleine tuin integreren. Ze kunnen als afsluiting tussen de moestuin en de siertuin dienen, maar zijn ook prima te combineren met sierplanten. In een kleine stadstuin heb je immers niet veel plaats om kieskeurig te zijn. Het overgrote deel van alle fruit wordt het best in het najaar en de winterperiode geplant. Vanaf november is ideaal. Het blad is inmiddels afgevallen en de plant gaat stilaan in rust voor de grote winterkoude aanbreekt. Je kunt dan fruitbomen of besjes met een zogenaamde blote wortel planten. Er hangt nauwelijks een wortelkluit aan vast, je plant dus alleen de boom of struikjes met een wortel. Fruit dat in potten groeit kun je in principe het hele jaar rond planten. Zolang de plant een goed wortelgestel bezit kun je aan de slag. Houd er alleen rekening mee dat de grond bij hevige vorst niet bewerkbaar is en je dat klusje dan beter een tijdje uitstelt. Als je dan toch gaat planten, zorg er dan voor dat de grond goed is losgemaakt, er geen grote brokstukken of stenen in de weg zitten en je meteen een flinke portie compost laat aanrukken om onder te mengen. Kleinfruit leid je aan een draad, laag-en hoogstammige bomen hebben dan weer nood aan een boompaal, om stevig verankert te blijven in de bodem. Plant de bomen op gemiddeld 10 centimeter van een boompaal, maak ze vast met elastieken die je tegenwoordig in elke speciaalzaak of tuincentrum kunt vinden. Houd ook het onkruid de baas. Het ziet er niet uit en het kan een tussengastheer zijn voor virussen, schimmels en bacteriën.

De makkelijkste
De allermakkelijkste fruitsoort moet ongetwijfeld de framboos zijn. Geschikt voor grote en kleine tuinen en je kunt er zelfs mee aan de slag in een pot op je terras of balkon. Daarbij komt dat frambozen weinig gesnoeid moeten worden. Je haalt alleen dood hout weg na de oogst en je snoeit ze in geval van herfstframbozen tot net boven de grond af in februari. Appel-en perenbomen zijn ook altijd een goed idee voor wie ervan houdt. Je vindt laagstammige en hoogstammige variëteiten die geschikt zijn voor ofwel grote of kleine tuinen. Kies dan wel voor rassen die gelijktijdig bloeien en elkaar kunnen bestuiven en het liefst zijn ze tolerant voor schimmelziekten zoals schuft en meeldauw. In de winter haal je dood hout weg, dun je het vruchthout uit en snoei je de boom in vorm. Heb je een grote tuin, dan kun je overwegen om een gewone walnoot te planten. De bomen worden vrij groot en hebben dus best wel wat plaats nodig om optimaal te groeien. Er zijn zelfbestuivende rassen verkrijgbaar die gezond groeien en weinig last hebben van ziekten en belagers. Denk maar aan ‘Broadview’ en ‘Rita’. Ben je te vinden voor zure besjes, kies dan voor aalbessen of trosbessen. Ze zijn zeer makkelijk zelf te telen en produceren bij goede omstandigheden een grote hoeveelheid fruit. Je teelt ze als struiken, of je laat ze tegen een draad groeien. Na de oogst verwijder je oude en zieke takken, of twijgen die te laag bij de grond groeien. Wees echter wel op je hoede voor vogels, ze vallen de hele oogst in een keer aan. Beschermen met een net is hier aan te raden.

Kies voor abrikoos
Wil je het wat spannender maken in je tuin, ga dan voor abrikoos. Geen garantie op een goede productie, maar wat een bloemenpracht krijg je elk jaar weer te zien. De bloemen, die meestal wit of roze zijn, bloeien uitbundig, trekken heel wat bijen en hommels aan en staan gedurende een tweetal weken in het middelpunt van de belangstelling. Houd echter wel rekening met vorstschade door de bijzonder vroege bloei. Je oogst – als alles goed gaat – vanaf augustus.

0 Comments
Previous Post
tuinbonen
Next Post
5 vergeten groenten