Steeds meer mensen beseffen zich dat een gezonde grondenorm belangrijk is. Het is de basis van je moestuin. Hoe zorg je ervoor dat je bodem gezond wordt en ook gezond blijft? Grondexperts en auteurs van het boek ‘Leve de Bodem!’ Caroline de Vlaam en Anne Marie van Dam weten er alles van.
“Een gezonde bodem betekent gezonde planten en dus gezond eten. Als de bodem gezond is, heb je veel minder zorgen aan de tuin”, legt Caroline uit. Een gezonde bodem helpt het evenwicht in je tuin te bewaren. Het voorkomt ziektes in je planten en zorgt voor sterkere planten, waardoor ze minder vatbaar zijn voor bijvoorbeeld plagen. De bodem heeft invloed op het hele ecosysteem. Als je bodem niet in balans is, is het lastig om de rest van je tuin wel in balans te krijgen.
Vind je dit interessant? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief en mis geen enkel artikel meer!
In een gezonde bodem leven biljarden kleine organismen en zitten veel voedingsstoffen en mineralen. “In één handje grond horen meer organismen te leven dan dat er mensen op de aarde zijn”, vertelt Caroline. Al die organismen zorgen voor een goede, voedzame bodem. Ze zetten organisch materiaal om in natuurlijke meststoffen en zorgen voor luchtigheid in je bodem. Als die er niet waren, bevatte je bodem al snel niet genoeg voedingsstoffen meer.
Een gezonde bodem voelt korrelig en luchtig aan. De grond ruikt naar bos (vochtig, een beetje muffig) en je vindt hier veel wormen of op zijn minst wormentunnels in. Vormt je grond juist grote brokken en voelt hij droog of erg hard aan, dan kan je bodem nog wel wat leven gebruiken. Je merkt dan waarschijnlijk ook dat je planten er niet zo goed groeien.
Er zijn een heleboel dingen die je kunt doen die juist slecht zijn voor de bodem. Eén van die slechte dingen waar (vooral online) steeds meer aandacht voor is, is spitten. Door de grond te spitten verniel je schimmelnetwerken. Je keert de bovengrond om, en zo breng je kleine organismen van onderin naar het oppervlak, en het leven dat boven in de grond zit, breng je naar de diepte. Dan verandert het zuurstofgehalte in hun omgeving en dat zijn ze natuurlijk helemaal niet gewend, dus dan gaan er een heleboel dood. Door te spitten kun je dus je bodem flink beschadigen. “Als je toch de grond los wilt maken, kun je beter een spitvork of woelvork gebruiken. Daarmee keer je de bodem niet om”, legt Anne Marie uit.
“Tegels zijn ook zo’n dooddoener voor het bodemleven”, zegt Caroline. Ze sluiten de bodem af van luchttoevoer, waardoor deze veel dichter wordt. “Het is wel belangrijk om duidelijke paden te maken”, vertelt Anne Marie. “Dan loop je alleen daar en kan de rest van de grond los blijven. De grond verdicht namelijk doordat je eroverheen loopt.” Die paden kun je het beste van bijvoorbeeld grind of houtsnippers maken. Zo blijft je bodem wel belucht, maar loop je ook niet door je moestuinbedden heen.
Als laatste noemt Caroline nog gif. “Daar verstaan we ook middelen zoals azijn en zout onder”, zegt ze. “Gif is enorm schadelijk voor het bodemleven, veel van de organismen kunnen er niet tegen en gaan dood. Wil je onkruid vermijden, dan zijn er genoeg andere manieren om daar vanaf te komen. Bedek de grond bijvoorbeeld met je planten of met een mulchlaag en wied of schoffel de onkruiden die je niet wilt hebben weg.”

“Voordat je aan je grond gaat werken, is het belangrijk dat je weet wat voor soort grond je hebt”, legt Anne Marie uit. Zo weet je welke planten het goed zullen doen op de grond en weet je ook hoe je je grond moet behandelen. “Een pure zandgrond is erg luchtig, maar ook aan de droge kant en zal je dus sneller vochtig moeten houden. Een zware kleigrond is juist erg dicht en houdt veel vocht vast. Deze zal je dus juist wat luchtiger moeten houden.”
Gelukkig kun je een ongezonde bodem ook weer omtoveren naar een gezonde bodem. Daar kun je heel ver in gaan, maar er zijn ook al wat simpele stappen die je gemakkelijk zelf uit kunt voeren. Zo hoef je geen ingewikkelde tests te doen of bakken met geld uit te geven, maar kun je wel je grond verbeteren. Houd er wel rekening mee dat het soms wel jaren kan duren voordat je bodem weer helemaal hersteld is.
“Wisselteelt of polycultuur is eigenlijk meer een soort voorwaarde voor een gezonde grond”, vertelt Caroline. Polycultuur is een principe waarbij je verschillende planten door elkaar heen plant. Bij wisselteelt verschuif je een gewas ieder jaar naar een ander stukje moestuingrond. Om de vier tot zes jaar komt het gewas dan weer terug naar hetzelfde stukje grond. Door met wisselteelt of polycultuur te werken, voorkom je uitputting van de bodem. “Wisselteelt is ook erg goed om ziekten te voorkomen. Als je om de zes jaar een plantensoort op hetzelfde stuk grond zet, blijft de aanvaller (de ziekte, red.) die in de grond zit zwak en hongerig en kan hij niet zo veel schade aanrichten als de plant die hij aanvalt er eenmaal weer is.”
“Als je zegt dat mensen beter niet kunnen spitten, gaan ze vervolgens vaak héél veel compost gebruiken. Dat moet je ook niet doen, want dat zijn veel te veel voedingsstoffen en die spoelen vervolgens weg naar een sloot of het grondwater, waardoor die vervuild raken”, legt Anne Marie uit. Compost gebruiken is dus goed, maar wel met mate. Eén of twee keer per jaar een dun laagje is meer dan genoeg.
Mulchen met plantenresten daarentegen is een heel ander verhaal. Je bedekt dan de kale plekken met plantenresten, bijvoorbeeld met de ongewenste onkruiden die je er net hebt uitgetrokken (zolang ze nog geen zaad bevatten!). “Mulch voedt het bodemleven direct, dat gaat namelijk aan de gang met het verwerken van de mulch. Voedingsstoffen die tijdens het composteerproces verloren zouden gaan, gaan zo direct de bodem in. Daarbij houdt mulch het vocht in de bodem beter vast, waardoor de grond niet uitdroogt, en beschermt mulch tegen extreme kou of hitte.”
Volgens Anne Marie en Caroline is het aan te raden om je moestuinbodem altijd bedekt te hebben met een laag mulch, behalve in het voorjaar, als er kiemplantjes staan. “Het is wel zo dat driekwart van de wilde bijen in de grond nestelen en zij houden juist van een kale en schrale bodem. Je kunt dus een klein stukje grond in je tuin vrijhouden van planten en mulch, zodat bijen hier terechtkunnen”, vertelt Anne Marie.
Als laatste zijn ook groenbemesters een goede manier om de bodem te verbeteren. “Die kweek je voor of na je moestuingewassen. Daarna kun je ze als mulch op de grond leggen. Groenbemesters bedekken de bodem en leveren veel goede voedingsstoffen en beluchting”, vertelt Caroline. Door groenbemesters te planten gaat je bodem er dus zeker op vooruit. Meer over groenbemesters lees je elders in deze special.
Zwarte randjes onder de nagels zijn normaal voor Tess Mutsters. Als journalist en enthousiast tuinier schrijft ze over alles wat groeit en bloeit. Tess is de bruisbal van ons team en houdt zelf ook van een tuin die bruist van het leven; waar vogels, bijen, vlinders en andere insecten hun plek vinden. Ook in haar moestuin voelt ze zich thuis en experimenteert ze graag met verschillende gewassen. Kattenstaart is haar favoriete plant, aardappelen haar favoriete gewas.
Laat een reactie achter