De kruidentuin

Kruiden horen in elke tuin te staan. Al was het maar omdat ze multifunctioneel zijn. Enerzijds brengen ze gerechten op smaak, anderzijds zien ze er aantrekkelijk uit tussen je andere planten. Om nog maar te zwijgen van hun geneeskrachtige eigenschappen en de capaciteit om insecten op afstand te houden.

De kruidentuin is vaak onderhoudsvriendelijker dan een moestuin. Natuurlijk zal je nog steeds onkruid moeten wieden, water moeten geven en regelmatig moeten oogsten. Alleen stellen de planten, met uitzondering van die juiste plek, weinig eisen. Een kruidentuin is dan ook een prima manier om jezelf en het hele gezin het hele jaar te voorzien van heerlijke smaken en onmiskenbare geuren.

Je eigen smaak
Je eigen kruidentuin kun je naar eigen smaak aanleggen. Welke kruiden vind je lekker en hoeveel gebruik je daarvan? Op basis van je eigen voorkeuren bepaal je welke planten en hoeveel er in je tuin komen te staan. Meestal houd je de keukenkruiden dicht bij huis en laat je de geneeskrachtige en aromatische soorten wat verder in de tuin groeien. Je wilt je keukenkruiden immers bij de hand hebben.

Kies je eigen kruidentuin
Voordat je begint met de aanleg van je kruidentuin moet je bepalen wat je wilt kweken en hoe alles er straks moet komen uit te zien. Wil je een wilde kruidentuin of houd je het liever strak?
Wilde kruidentuin: een stukje grond waar je alles ongerept laat groeien. In tegenstelling tot een traditionele tuin, waar alle planten netjes op hun plaats groeien.
Moderne kruidentuin: beschik je over een moderne woning en heb je het liefst strakke lijnen? Werk met leuke designelementen en integreer je planten op een rustige manier. Kruiden hebben vaak de neiging om snel te groeien. Tijdig ingrijpen, is dus de boodschap.
Vierkantemetertuin: je vindt ze tegenwoordig overal, de vierkantemetertuintjes. Een doeltreffende oplossing wanneer je een kleine tuin of terras hebt. Of je integreert de houten bakken in je tuin. Zo houd je sterk groeiende kruiden in toom.
Traditionele kruidentuin: de kruidentuin zoals je hem al lang kent. Oma en opa die een stukje grond bewerken en er kruiden kweken. Een dergelijke kruidentuin grenst meteen aan de moestuin en vormt meestal één geheel.
Combo-kruidentuin: een tuin waar je zowel groenten als kruiden kweekt. Een leuke combinatie om je kruidenavontuur een stuk spannender te maken!

De juiste ligging van de kruidentuin
De juiste ligging bepaalt voor een groot deel hoe je planten zullen groeien. Als op het plantlabel staat dat de plant zon wil, kies dan de meest zonnige plek in de tuin. ‘Zon’ betekent in feite dat de planten minstens 6 uur zon wil hebben. Enkele kruiden verkiezen juist schaduwrijke plekken. Denk aan peterselie. Met een beetje zon heeft de plant allerminst problemen, maar een hele dag zon is aan peterselie niet besteed.

Definitie van zon en halfschaduw
Zon: plekjes in de tuin die minstens 6 uur zon te zien krijgen.
Halfschaduw: de zon schijnt er zo’n 3 uur. Het liefst kort na de middag.
Schaduw: hier komt geen zon. Alleen schaduwminnende planten groeien er dus goed. Of mos, dat ontstaat daar waar er schaduw is en het vochtig blijft.

Bewuste voeding
Het is belangrijk om je planten meteen bij de start goede voeding voor te schotelen. Denk aan compost en organische bemesting. Compost heeft de positieve eigenschap dat het je bodem opnieuw luchtig maakt en voorziet van organische bestanddelen. Organische bemesting kan worden gegeven in de vorm van koe-en paardenmest.

Woekerende kruiden
Er zijn kruiden die in korte tijd je hele kruidentuin inpalmen en andere planten verstikken. Zo heb je munt, een keukenkruid dat een aantal meter per jaar groeit. Aan jou de taak om de plant in te perken. Je doet dat het best met een grote plastic pot waar je de bodem uit snijdt. Ook een bodemloze emmer doet hiervoor prima dienst. Maak een gat en zet er de pot of emmer in. Laat de rand een aantal centimeter boven de grond uitsteken. Zet de plant in het midden, vul aan met grond en druk de grond aan. Water geven en klaar.

Tip voor je kruidentuin
Je kunt munt ook een aparte (sier)pot of bak geven. Zo voorkom je dat de plant aan de wandel gaat en andere planten verstikt, en kun je makkelijk oogsten.

0 Comments
Previous Post
Next Post