Yacon
De knol ziet er op het eerste zicht hetzelfde uit als die van een Dahlia. De smaak is fris en fruitig, ergens tussen appel en meloen in. Yacon is niet winterhard en vriest kapot, als je ze in de grond laat zitten. Je rooit de knollen dus voor de eerste vorst, dan zijn ze optimaal en het lekkerst. Je plant de broedknollen vanaf april in potten in de kas, om na de ijsheiligen buiten te planten. De planten groeien aanvankelijk traag, maar worden uiteindelijk reusachtig. Ze groeien het liefst solitair en kunnen een diameter bereiken van ongeveer anderhalve meter. Yacon is een kortedagplant en vormt pas dikke knollen wanneer de dagen opvallend korter worden. Je kunt de knollen een tijd bewaren in een kistje met vochtig zand. Hoe langer je ze laat liggen, hoe zoeter ze worden.

Crosne
De kleine grappige knolletjes die Crosne produceert bezitten een typische smaak die zoet is maar ook weer aards doet vermoeden. Crosne wordt ook Japanse andoorn genoemd, groeit ontzettend hard en is in principe de hele winter te oogsten. De knolletjes zijn namelijk niet vorstgevoelig en overwinteren met gemak in de grond. Het is een invasieve plant die op zijn eentje een paar meter per jaar inneemt. Je plant ze dus beter op een eigen plekje, waar ze andere gewassen niet kunnen hinderen.

crosne

Knolcapucien
Een middelgrote knol die je in een aantal kleurtjes kunt vinden. Helaas nog niet in een klassiek tuincentrum, gelukkig wel onder verzamelaars of bij gespecialiseerde kwekerijen. Knolcapucien wordt ook machua genoemd. De plant klimt en vormt aan het eind van het seizoen opvallend oranje bloempjes. Ook knolcapucien is een kortedagplant, ze produceert dikke knollen vanaf eind september en oktober. Je oogst ze voor de eerste nachtvorst en ze bewaren makkelijk in een kistje met vochtig zand. De smaak is pittig en vergelijkbaar met die van een radijs en rammenas.

Anderen lezen ook:  Courgettes en pompoenen kweken

knolcapucien