Mais is een boeiend gewas. Het produceert tot wel 2 meter hoge planten die grote kolven voortbrengen en gebruikt worden in de voedingsindustrie en dierenvoeders. Suikermais is natuurlijk de lekkerste. Maar hoe kweek je het en waar moet je op letten? Wij geven tips!

Meer leren? Kies dan voor een abonnement op De Tuin op Tafel en leer alles over de moestuin!

Mais vind zijn oorsprong in Mexico. Het is dan ook een plant die van warmte houd. Mais is erg veelzijdig en je kunt er dan ook erg veel mee. Van het maken van meel tot het verwerken van de groente in salades of gerechten. Verder is mais ook hartstikke lekker op de barbecue! Daarbij wordt mais ook veelvuldig gekweekt als veevoeder. Mais is ook nog eens relatief makkelijk zelf te kweken. Genoeg redenen dus om hiermee aan de slag te gaan!

1. Mais zaaien

Mais zaai je vanaf half april onder glas. Zet je de potjes in de kas, let dan goed op dat er geen muizen bij kunnen, die zijn namelijk gek op de zaden. Afhankelijk van hoe groot je potjes zijn, kun je het beste één à twee zaadjes per potje zaaien. De jonge scheuten maken al best snel een flink wortelstelsel, dus je wil niet te veel plantjes in één potje. Natuurlijk kun je de plant ook in de volle grond zaaien. Dat kan echter pas een stuk later, omdat de zaden echt warmte nodig hebben om te kiemen. Daarbij zijn vogels, ratten, muizen en andere dieren dus gek op de zaden.

Anderen lezen ook:  De moestuin in mei

2. In groepen planten

Mais kun je het beste in groepen planten. De plant is namelijk afhankelijk van bestuiving en om kruisbestuiving met een ander ras (bijvoorbeeld een veevoederras) te voorkomen, heb je een groep maisplanten nodig. Deze kunnen dan elkaar bestuiven en zo krijg je dus niet te maken met planten die door andere rassen bevrucht raken.

mais

Tekst gaat verder na foto

3. Het perfecte plekje voor de mais

Mais is gek op warmte, zorg er dus ook voor dat de plant goed in de zon staat. Probeer je mais wel op een plek te planten waar de wind er af en toe doorheen gaat, zo voorkom je het ontstaan van schimmels. Bemesting heeft de plant wel relatief veel nodig, de plant is een behoorlijk grote eter.

4. Niet te veel water

Mais heeft niet erg veel water nodig. Het Nederlandse klimaat is over het algemeen nat genoeg voor de plant. In droge periodes is het natuurlijk wel goed om de plant af en toe wat extra water te geven. Kijk verder uit met het bewateren van jonge planten. Als je ze te veel water geeft, is de kans op wortelrot erg groot. Houd de grond en de plant dus goed in de gaten.

5. Mais dieven

In de bladoksels van mais ontstaan vaak zijstengels. Aan die zijstengels komen soms wel wat kolfjes, maar deze blijven meestal klein en volgroeien vaak niet eens helemaal. Een maisplant maakt één of twee kolven bovenaan de eigenlijke stengel. Deze behoud je natuurlijk. De zijstengels kun je het beste verwijderen, zo voorkom je dat de stengels overbodige energie gebruiken. Dat is natuurlijk zonde, want die energie kan de plant beter in de eigenlijke kolven steken..

Anderen lezen ook:  Wortelvlieg